Blog2Blog Maak je eigen Blog2Blog | Gratis je eigen blog c.q weblog op internet
Mens en Natuur in Beeld / Handboogsport

Mens en Natuur in Beeld / Handboogsport

Theorieën en ideeën over het Universum, het menselijk brein en zenuwstelsel.Handboogsport

BEELDDENKEN

BEELDDENKEN.

 

Persoonlijke visie en beschrijving van Kees Goossens.

 

Voorwoord:

De specifieke eigenschap die het mij mogelijk maakt om tot visie die ik hier beschrijf te komen is mijn vermogen om beelddenken met logica te combineren door snel te schakelen tussen beide processen als ware het één proces.

 

Door persoonlijke omstandigheden en ervaringen ben ik, sinds juli 2008 zéér geïnteresseerd in het functioneren van het menselijk brein. Hierdoor ben ik literatuur, boeken en artikelen gaan lezen en bestuderen over dit onderwerp. Al snel kwam het begrip beelddenken onder mijn aandacht. Door mijn breed kennisgebied en mijn “manier” van denken heb ik theorieën ontwikkeld waarin beelddenken een belangrijke plaats heeft.

 

Voor mijn theorieën vind ik steeds meer onderbouwing in literatuur en wetenschappelijke publicaties. Deze theorieën bieden veel aanknopingspunten voor oorzaken en veranderingen en verbeteringen van problematiek van dyslexie, dyscalculie, stotteren, slecht handschrift, motorische stoornissen en dergelijke.

Ook is het fenomeen beelddenken met mijn theorieën te herleiden en verklaren. Het is daardoor mogelijk om wetenschappelijk te verklaren wat beelddenken is.

 

Mijn theorieën zijn stellig en duidelijk. Het aantonen van die theorieën vergt een inspanning die voor mij individueel op korte termijn niet haalbaar is.

Ik heb nog een lange weg te gaan maar ga onvermoeibaar door!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Theorie over beelddenken:

                  

Inleiding:

Het menselijk lichaam lijkt grotendeels symmetrisch. Toch is het lichaam dat niet. Soms duidelijk, denk aan hart, lever. Vaak minder duidelijk. Kennis over de minder duidelijke asymmetrie is van belang om het begrip beelddenken te doorgronden.

 

Asymmetrie van het lichaam:

De duidelijke asymmetrische delen van het lichaam zoals hart, lever en maag veroorzaken duidelijke asymmetrie in andere stelsels van het lichaam zoals in het bloedvatenstelsel en het zenuwstelsel.

Minder duidelijke asymmetrie zorgt voor minder duidelijke asymmetrie in andere stelsels. Juist dit is een belangrijk uitgangspunt voor het doorgronden en wetenschappelijk bewijs van beelddenken.

 

De minder duidelijke asymmetrie:

Deze asymmetrie bestaat uit verschillende delen, de fysieke asymmetrie, de functionele asymmetrie, de reactie asymmetrie.

 

Het lichaam heeft een linker- en rechterzijde t.o.v. de denkbeeldige symmetrie-as die verticaal door het midden van het lichaam loopt, van hoofdkruin tot het punt tussen de voeten.

Deze as verdeelt het lichaam in twee zijden, links en rechts.

 

Duidelijk waarneembare asymmetrie eigenschappen zijn met populaire benaming uitgedrukt;  links- of rechtshandigheid en links- of rechtsbenigheid.

Ook beharing of beter verschil in beharing links- en rechts is een uiterlijk kenmerk van asymmetrie.

Bij het spiegelen van een linker of rechter gezichtshelft en het combineren daarvan met het origineel blijkt tussen de linker en rechter gezichtshelft ook een opmerkelijk verschil in symmetrie te bestaan. Dit geldt overigens voor het gehele lichaam.

Krachtsverschil tussen de linker en rechterkant van het lichaam geeft ook asymmetrie aan.    

Verschil in afmetingen van delen links en rechts van het lichaam geven asymmetrie aan.

In uitzonderlijke situaties is iriskleur van de ogen links en rechts duidelijk verschillend, ook een duidelijke asymmetrie.

Er zijn nog vele voorbeelden te noemen die asymmetrie van het lichaam aantonen.

 

Al deze voorbeelden zijn uiterlijke kenmerken. De oorzaak van de asymmetrie heeft direct verband met beelddenken en is herleidbaar naar de  informatie-systemen van het lichaam.

 

 

Het Zenuwstelsel:

 

Het zenuwstelsel is het basissysteem voor informatie-overdracht in het lichaam.

Het zenuwstelsel is het transportmiddel voor informatie van en naar iedere levende lichaamscel, hetzij direct of indirect bereikbaar.

 

Een zenuwcel is één enkele cel als segment van de zenuwdraad.

Een zenuwdraad is één enkele draad van zenuwcellen.

Een zenuwbundel is een samengestelde bundel van zenuwdraden.

Een zenuwbaan is het traject dat door de informatie wordt afgelegd.

 

De hersenen zijn het basis verwerkingssysteem van al die informatie. De hersenen ontvangen, verwerken en zenden informatie.

Alle informatie wordt overgebracht door zenuwdraden die samen zenuwbundels vormen. In de hersenen eindigen de zenuwdraden middels vertakkingen in de hersencellen. In het lichaam eindigen de zenuwdraden middels vertakkingen in receptoren, deceptoren of transformatoren. Ook worden zenuwbundels onderling verbonden door vertakkingen van zenuwdraden. Voor informatiecoördinatie zijn er in het traject ook tussenstations vanaf en naar de hersenen.

 

De zenuwbundels zijn bundelingen van zenuwdraden die van nature informatie van specifieke lichaamsfuncties transporteren.

De hersenen hebben van nature functiegebieden waar informatie van specifieke functies wordt ontvangen, verwerkt, gecombineerd en verzonden.      

 

De hersengebieden worden onderling verbonden door zenuwbundels. Deze bundels bestaan uit zenuwdraden die met aangelegde vertakkingen verbonden zijn met hersencellen of -gebieden.

De informatie-overdracht van de hersengebieden naar de coördinatiestations en omgekeerd verloopt door zenuwbanen.

De informatieoverdracht vanaf de coördinatiestations naar alle levende lichaamscellen en omgekeerd verloopt door zenuwbundels.

De Hersenen:

De hersenen kunnen globaal in drie gebieden worden verdeeld, de voorhersenen, de middenhersenen en de achterhersenen.

De drie te onderscheiden hersengebieden kunnen elk worden verdeeld in een linker en rechter hemisfeer.

 

DE VOORHERSENEN:

De voorhersenen (prosencephalon) vormen het meest ontwikkelde en grootste gedeelte van de hersenen. De voorhersenen bestaan uit de grote hersenen en uit andere structuren die onder de grote hersenen liggen, zoals de hypofyse en hypothalamus (afscheiden van hormonen), basale kernen (controle van bewegingen) en het limbische systeem (o.a. emotie en geheugen).

De grote hersenen vormen het bovenste gedeelte van de hersenen.

Alle intellectuele activiteiten worden in de grote hersenen gereguleerd.

In de grote hersenen worden herinneringen opgeslagen.

Daarnaast zijn de grote hersenen betrokken bij plannen, de verbeelding en het denken.

Hersenschors:

De buitenste laag van de grote hersenen (en de kleine hersenen) wordt de hersenschors genoemd. Hier wordt informatie uit de rest van het lichaam ontvangen, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De hersenschors heeft belangrijke functies met betrekking tot het opslaan en oproepen van informatie (geheugen), het leren, analyseren, ontcijferen van zintuiglijke informatie (sensorische hersenschors) en het opwekken van bewust gewilde reacties (motorische hersenschors). In de hersenschors worden verschillende gedachteprocessen zoals het onderscheidingsvermogen, het beoordelen en het vermogen een verband te leggen tussen verschillende gebeurtenissen (associatieve schors) uitgevoerd. De intentie tot het uitvoeren van handelingen en de bewuste planning vinden eveneens in de hersenschors plaats.

Verschillende gedeelten van de hersenschors hebben belangrijke functies in verband met spraak (spraakcentrum), tast, reuk (auditieve schors), smaak en gezichtsvermogen (optische schors). Deze gedeelten zijn onderling verbonden.

De hersenschors bestaat uit talrijke plooien, ook gyri genoemd. De diepste groeven tussen deze plooien zijn de fissuren en de meer oppervlakkige groeven worden sulci genoemd. Door de plooien is het hersenoppervlak groter dan wanneer de hersenen glad zouden zijn.

De grote hersenen hebben een zeer duidelijke verdeling in linker en rechter hemisfeer (hersenhelft) gekoppeld door de hersenbalk (corpus callosum).

Beide hersenhelften zijn in vier kwabben verdeeld.

Deze kwabben zijn genoemd naar de schedelbeenderen waar ze onder liggen: frontaalkwab (schedelbot: os frontale); pariëtale kwab (schedelbot: os pariëtale); temporaalkwab (schedelbot: os temporale); occipitaalkwab (schedelbot: os occipitale).

Diep binnen elke hersenhelft liggen verschillende groepen kernen die samen de basale ganglia worden genoemd. Zij zijn betrokken bij de controle van bewegingen.

 

Specifieke eigenschappen:

Linker hemisfeer;

Taalgebied sterker ontwikkeld.

Opslaan en coderen van informatie sterker ontwikkeld.

Verbale geheugentaken sterker ontwikkeld.

Taal en logica sterker ontwikkeld.

Mediatie positieve prikkels sterker ontwikkeld.

Taalbegrip sterker ontwikkeld.

Spraak sterker ontwikkeld.

 

Rechter hemisfeer;

Interpretatie van geluid, vormen en expressie sterker ontwikkeld.

Visueel ruimtelijke taken en concentratie sterker ontwikkeld.

Oproepen en reproduceren van informatie sterker ontwikkeld.

Ruimtelijke geheugentaken sterker ontwikkeld.

Begrijpen en inzicht sterker ontwikkeld.

Mediatie negatieve prikkels sterker ontwikkeld.

 

 

Links of rechts:

Het merendeel van de hersenfuncties kunnen door zowel de linker als de rechter hemisfeer worden vervuld. Door evolutionaire ontwikkeling zijn een aantal hersengebieden ontwikkeld tot specifieke of specifiekere taakvervullende gebieden. In de ontwikkeling van embryo tot vol wasdom wordt op basis van genetische informatie, door omstandigheden en toepassing verdere specificering van hersengebieden en informatietrajecten verkregen.       

 

 

DE MIDDENHERSENEN:

De middenhersenen (mesencephalon) bestaan uit het smalle gedeelte dat de voorhersenen scheidt van de achterhersenen (hersenstam en kleine hersenen). In de middenhersenen worden de onwillekeurige reacties van het lichaam (reflexhandelingen) gereguleerd. Ook de bewegingen van het oog worden in de middenhersenen gereguleerd, in samenwerking met andere structuren.

Door de middenhersenen loopt het ‘cerebraal aquaduct’. Zoals de naam al zegt is het een soort waterbrug van de hersenen. Het aquaduct is een structuur die de derde hersenkamer (ventrikel), die erboven ligt, verbindt met de vierde hersenkamer, die eronder ligt. Het hersenvocht stroomt erdoorheen.

De middenhersenen zijn verdeeld in een linker en rechter hemisfeer.

 

 

DE ACHTERHERSENEN:

De achterhersenen bestaan uit het bovenste gedeelte van het ruggenmerg, de hersenstam en uit een kleine bolvormige massa weefsel die wel het cerebellum (de kleine hersenen) wordt genoemd. In de achterhersenen worden belangrijke lichaamsfuncties zoals ademhaling en hartslag gereguleerd. Talrijke zenuwvezels die in een deel van de hersenstam liggen, functioneren als een brug die verschillende onderdelen van de hersenen met elkaar verbindt. Voorbeelden zijn verbindingen tussen het ruggenmerg en de hersenen en tussen de grote en de kleine hersenen. De kleine hersenen zijn het op één na grootste onderdeel van de hersenen en liggen in het achterste en onderste gedeelte van de schedel, onder de grote hersenen. De vorm lijkt op die van een vlinder, met een centraal vernauwd gedeelte en twee ’vleugels’ (hemispherium cerebelli). De buitenste laag van de kleine hersenen wordt, net als bij de grote hersenen, de hersenschors genoemd. De schors van de kleine hersenen speelt een rol bij het handhaven van het evenwicht, de spiertonus (spanning), de coördinatie, de planning van een beweging en het beïnvloeden van emotionele en mentale processen.

De kleine hersenen worden met de hersenstam verbonden door drie gepaarde zenuwbanen, de zogenoemde crus cerebri.

De achterhersenen zijn verdeeld in een linker en rechter hemisfeer.


HEMISFEREN:

De hemisferen van de hersengebieden hebben per hersengebied zowel overeenkomstige functies als specifieke functies. De hemisferen worden door  zenuwbanen met de lichaamscellen en structuren verbonden. Deze zenuwbanen volgen voor het overgrote deel een kruisende route van linker hersenhelft naar rechter lichaamsdeel en van rechter hersenhelft naar linker lichaamsdeel.

Een beperkt aantal zenuwbanen volgt een route links-links of rechts-rechts.

 

HIËRARCHIE:

De hersenen volgen in functioneren een hiërarchische volgorde naar mate van belang voor de instandhouding en functionaliteit van de hersenen en het lichaam.

Levensbedreigende situaties hebben voorrang op minder of niet bedreigende situaties.

 

ZENUWBANEN:

De zenuwbanen volgen een route via de hersenstam en/of het ruggenmerg van en naar alle lichaamsstructuren. De zenuwbundels hiervoor zijn geworteld in de hersenstam en het ruggenmerg. Deze zenuwbundels zijn  altijd bilateraal (tweezijdig) geworteld en het overgrote deel van de zenuwbanen kruisen elkaar.

 

Tijdens de ontwikkeling van het lichaam wordt, met genetische informatie als basis en ontwikkeling en efficiëntie als succesfactoren, de linker of rechter zenuwbundel als voorkeursroute bepaald. Het bepalen van de voorkeursroute vindt plaats tijdens de ontwikkeling van het lichaam en voor de zenuwbundelniveaus in een verschillend stadium van de ontwikkeling. 

Elk zenuwbundelniveau kan verschillen van voorkeursroute links of rechts.

Hierdoor wordt bijvoorbeeld links – of rechtshandig zijn bepaald.

Echter is links- of rechtshandig een te beperkte voorstelling van het functioneren.

Er zijn vijf zenuwbundels die invloed hebben op het functioneren van de arm, hand en vingers. Deze vijf bundels kunnen onderling verschillen in hun voorkeursroute rechts of links.

Hebben alle bundels dezelfde zijde als voorkeursroute dan kan op een eenvoudigere manier een perfecte afstemming worden bereikt van de arm, hand en vinger functies. De beperking van deze situatie is het missen van creatieve reacties van de hersenen doordat slechts de essentiële hersengebieden worden ingeschakeld bij het vormen van een reactie.

Zijn zijdes van de voorkeursroutes verdeeld in links en rechts dan is afstemming moeilijker en zal aanleren en toepassen van functies een langere tijd vergen en nooit de optimale situatie bereiken. Door de wisseling worden andere functies wel mogelijk omdat de zenuwbanen andere en/of meerdere hersengebieden gezamenlijk kunnen laten werken om een reactie te creëren.  

Op deze manier zijn er met vijf zenuwbundels 15 combinaties mogelijk waardoor er 15 zenuwbundel gerelateerde basiseigenschappen kunnen worden onderscheiden in de functie van linker of rechter arm, hand en vingers.

Daarboven komt dan nog de relatie met de zenuwbundels en -banen van zintuiglijke waarneming die een combinatie vormt met het motorisch functioneren of afstellen daarvan en de relatie met de zenuwbundels en –banen voor het intern functioneren van de hersenen en ook nog de relatie met de zenuwbundels en -banen voor het geautomatiseerde systeem van balans en spiertonus.

 

Het principe van voorkeurroute (primaire route) van de zenuwbundels is voor het hele zenuwstelsel van toepassing. Het lichaam kan via de secundaire route ook de hersengebieden bereiken die in één van de hemisferen zijn gesitueerd maar heeft daar een langere en moeilijker bereikbare weg voor nodig.

Hebben de hersenfuncties die in één van de hemisferen zijn gesitueerd als zenuwbanen de primaire routes dan zal deze functie direct bereikbaar zijn. Is de primaire route van die functie echter secundair of gemengd dan zal er een creatieve situatie ontstaan met specifieke mogelijkheden en moeilijkheden. 

 

Ook de interne hersenzenuwbundels en -banen hebben een primaire en secundaire route die links en rechts gekruist lopen. Hierin treed dezelfde situatie op als bij het perifeer (lichaams) zenuwstelsel.

Door de verscheidenheid van combinaties van primaire en secundaire routes zijn de verschillen in denken en functioneren van mensen verklaarbaar en beredenerend te onderscheiden vanuit oorzakelijk uitgangspunt.

Ook bijzondere menselijke eigenschappen zoals (bijzondere) talenten, problemen als lees en schrijfproblemen en stotteren zijn hierdoor beredenerend te verklaren vanuit oorzakelijk uitgangspunt.

 

BEELDDENKEN:

Ieder mens ervaart beelddenken op eigen specifieke wijze. Er is niet een compleet omvattende omschrijving te geven. Belangrijk bij beelddenken lijkt het minder of moeilijker ontwikkelbaar en toepasbaar zijn van talige vaardigheden en het sterker leunen op beeldvormende manier van opnemen, verwerken en toepassen van informatie van alle zintuigen.

 

Doordat er, met de huidige kennis, nog geen duidelijk onderscheid wordt geconstateerd voor grotere groepen mensen is het aannemelijk dat de verschillen geleidelijk zijn verdeeld over de totale bevolking en dat er veel samenstellende mogelijkheden zijn.

Op basis van andere menselijke eigenschappen is het meer dan aannemelijk dat bij statistisch onderzoek een grafiek volgens een Gausch-kromme het verloop zal weergeven voor beelddenkende eigenschappen van mensen.

 

De wetenschappelijke onderbouwing voor beelddenken is te vinden in de informatiebanen van het lichaam. De primaire route voor denkprocessen in de hersenen bepaald welke hersengebieden primair en secundair worden ingeschakeld. De combinatie van routes en hersengebieden zijn zo enorm complex en groot in aantal dat ieder mens daarin verschillend is. Toch zijn er hoofdlijnen te ontdekken. De hoofdlijn bij beelddenken is dat primaire routes van zintuiglijke opnameprocessen en denkprocessen voor talige functies, deels of geheel, niet via talige gebieden van de hersenen in de ene hemisfeer lopen maar via de gebieden in de andere hemisfeer. Hierin is de variatie mogelijk van meer of minder routes die primair naar die andere hemisfeer leiden.

Om het talige gebied in de hersenen te bereiken en toe te passen wordt een omweg of alternatieve route gevolgd in de hersenen. Hierdoor is het talig vermogen beperkter, maar het creatieve vermogen groter dan zonder die omweg of alternatieve route.     

Zodra er bepaalde of voldoende primaire routes via het talige gebied lopen wordt dat talige gebied kenmerkender voor de persoonlijke eigenschappen.

Leiden alle primaire routes voor talige processen via de primaire talige gebieden in de ene hemisfeer dan is er sprake van een optimale toepassingsmogelijkheid van talige talenten.

Het is mogelijk om secundaire routes, omwegen en alternatieve routes te verbeteren door oefening en ontwikkeling. Echter nooit tot op het niveau van de primaire routes.

Het grote voordeel van het toepassen van secundaire routes, omwegen en alternatieve routes is de aanmerkelijke verruiming van mogelijkheden en combinaties, zijnde creativiteit en het voor handen hebben van alternatieven bij calamiteiten.

 

 

CONCLUSIE:

Beelddenken is een basis eigenschap van mensen.

Het is de natuurlijke vorm van opnemen, verwerken en toepassen van zintuiglijke waarnemingen.

Beelddenken doet iedereen. De mate waarin en de manier waarop wordt bepaald door de persoonlijke eigenschappen en de aanleg en ontwikkeling van lichaamsprocessen. Beelddenkende eigenschappen vinden hun basis in genetische informatie en worden onder invloed van ontwikkelings-omstandigheden in meer of mindere mate toepasbaar in het menselijk functioneren.

 

Begripsdenken ook wel talig denken is een geëvolueerd menselijk vermogen dat is voortgekomen uit het beelddenken. Dit is een rede waardoor het talige gebied in de hersenen in één hemisfeer van de grote hersenen is ontwikkeld. Zonder beeldenken biedt talig denken géén overlevingskans voor de mens als soort.

Het is onduidelijk in welk ontwikkelingsstadium de hersenen zich bevinden.

Een mogelijkheid is dat de hersenen doorontwikkelen met aan twee zijden een talig gebied. Een andere mogelijkheid is dat de hersenen succesvollere aanlegroutes vormen voor het inschakelen van het talige gebied. Ook kan het zijn dat het succes van talige eigenschappen worden overstegen door nieuw te vormen menselijke eigenschappen. Het kan zelfs zo zijn dat de omstandigheden en de situatie aanleiding geeft voor verval van het talige gebied. Bedenk zo nog vele andere mogelijkheden, de omstandigheden zijn van invloed op de ontwikkeling en de mensheid kan de omstandigheden beïnvloeden.        

 

 

TOT SLOT:

Met deze visie is beelddenken niet wetenschappelijk aangetoond.

Het verkrijgen van inzicht in de werking van het menselijk brein, zenuwstelsel en het functioneren van zintuigen is van essentieel belang voor het doorgronden van  ontwikkeling, gedrag en (samen)leven van mensen.

Alleen dit inzicht biedt de mogelijkheid om “verstandig” te leven.

Verstand is alleen mensen gegeven, laten we het gebruiken om elkaar te begrijpen en om begrepen te worden!

 

11 maart 2009

Kees Goossens.


<- Last Page :: Next Page ->